Wat Wij Moeten Weten: De Commentator

Lees hieronder vier platen uit het eerste album becommentarieert door Willy Linthout met een informatief, verrassend, komisch en emotioneel resultaat.


COMMENTAAR BIJ PLAAT 13, HOOFDSTUK 2

Wat Wij Moeten Weten: De Commentator

Over Valère en "Moedre": "Valère en moedre hebben een speciale band. Die is verscherpt bij het overlijden van Gustje... Moedre zal Valère altijd de hand boven het hoofd houden... Gelijk wat hij doet of misdoet, voor haar heeft hij het juist. Valère zelf leeft zo een beetje in zijn eigen wereld."

Over techniek (1): "Waarom ik deze strip in potlood teken... Met Jaren van de Olifant heb ik een techniek ontdekt die mij ontzettend goed ligt. En, zeer tot mijn verbazing, was het publiek ook helemaal mee. Je moet begrijpen dat ik deze reeksen enkel maak voor mijn plezier. Wat Wij Moeten Weten is voor mij een hobby. Misschien zouden deze potloodstrips nog beter verkopen indien ze geïnkt waren. Ik weet het niet. Maar het plezier zou voor mij minder zijn. Het is een totaal andere manier van werken dan bij Urbanus."

Over techniek (2): "Mijn broer Antoine, op wie Valère gedeeltelijk gebaseerd is, is een miskend genie. Het verhaal van de telmachine is helemaal echt gebeurd. Ook de nagelguillotine bestond echt."


COMMENTAAR BIJ PLAAT 14, HOOFDSTUK 2

Wat Wij Moeten Weten: De Commentator

Over vaste gewoontes: "Mijn moeder keek elke dag naar Mooi en Meedogenloos. Dat was het hoogtepunt van haar dag. Mijn eigen dag is ook altijd perfect ingedeeld. Ik sta op om halfacht. Geen minuut eerder of later. Om acht uur zit ik achter mijn bureau. Het aantal uren dat ik werk hangt af van de moeilijkheidsgraad van de pagina die ik die dag moet tekenen. Elke dag één pagina. En zo al 27 jaar. Sommige dagen teken ik niet, omdat ik iets anders wens te doen. Maar ook dat is perfect ingepland."

Over alcohol en Cesar Tripel: "Toen ik veertien werd, kreeg ik van mijn moeder honderd frank toegestopt. Ik moest daar sigaretten mee gaan kopen en daarna moest ik naar het café gaan. Want een ECHTE man rookt en drinkt. Zo was het toch in 1967. Volgens mijn moeder dan toch. De drank was altijd belangrijk in mijn familie. Zat zijn kan heel plezierig zijn. Maar je mag niet te ver gaan daarin. Het bewandelen van die grens was dikwijls een probleem.
De Cesar tripel heeft hier totaal niks mee te maken. De familie Van Eetvelde had me gevraagd of ik etiketten wou tekenen voor een nieuw bier. Samen zijn we er opgekomen om daar Cesar Tripel van te maken. Ik vind dat erg leuk. Ik vind het ook zeer lekker bier. Ik drink er graag één. Maar nooit twee. Want ik drink zeer weinig alcohol. De les van mijn moeder heeft niet geholpen."

Over "Den Boek": "Den Boek bestaat echt. Alles, maar werkelijk alles wat je wil weten, heeft mijn moeder neergepend in Den Boek. Hoe moet je chocoladetaart maken? Lees het in Den Boek! Hoe maak je je eigen rattenvergif? Lees het in Den Boek!!!! Wanneer is de mazout het goedkoopst? Lees het in Den Boek! Wat doe je tegen aambeien?... Den Boek!"


COMMENTAAR BIJ PLAAT 15, HOOFDSTUK 2

Wat Wij Moeten Weten: De Commentator

Over familie: "Ik moet zeggen dat ik geen sterke familieband heb. Ik heb mijn broer Theo en mijn kozijn Antoine waar ik heel goed mee overeen kom. Maar voor de rest betekent familie weinig voor mij. Als ik zo kijk naar mijn vrouw, hoe heel die familie aaneenhangt... Ik vind het opmerkelijk. Bij de Linthouts is dat nooit zo geweest."

Over achterklap, jaloezie en hypocrisie: "Achterklap, jaloezie en hypocrisie... Ik heb het veel gezien bij mij thuis. Mijn moeder en haar vriendinnen konden er wat van... Heel erg vind ik dat... Voor mijn moeder was uiterlijk vertoon heel belangrijk. Ik weet het nog goed, mijn ouders hadden geen nagel om hun gat te krabben, maar we waren wel de eersten in het dorp die een tv hadden. Als kind vond ik dat uiteraard fantastisch!"

Over aftakeling:"Aftakeling... Ik heb het bij mijn moeder gezien... En nu zie ik het bij mijn broer Antoine. Die leeft alleen in het ouderlijk huis. Het gaat steeds slechter met hem. Hij raakt nog met moeite van zijn zetel naar zijn bed. Maar hij wil geen hulp. Van niemand."


COMMENTAAR BIJ PLAAT 16, HOOFDSTUK 2

Wat Wij Moeten Weten: De Commentator

Over Karel Germonprez: "Karel Germonprez, het hoofdpersonage uit Jaren van de Olifant komt hier terug in een bijrol. In boek twee zal het ook over Wannes gaan en wordt er een nieuwe kijk gegeven op zijn overlijden. Ik vind het leuk om Karel nu en dan eens te laten opduiken. Hij is een van mijn meest geliefkoosde stripfiguren. Er zijn twee figuren die ik erg graag teken en waar ik erg graag mee bezig ben. En dat zijn Karel en Cesar uit de Urbanus-strip."

Over geneeskunde: "Naast uitvinder is Valère ook een soort medicijnman. Hij brouwt zijn eigen medicijnen met wat hij in de hof en in het veld vindt. Voor Valère kent de geneeskunde geen geheimen. Denkt hij toch."

Over realisme en surrealisme: "Ik hou van strips met een vleugje surrealisme. Maar het mag niet te veel zijn. Ook hier pas ik dat toe. Het surrealisme moet natuurlijk in het verhaal passen. Voor mij is het belangrijk om te kunnen wegdromen in een wereld waarin alles kan."

Over geluk: "Geluk...Wat is geluk? Ik weet dat ikzelf nooit meer gelukkig zal zijn. Dat is me afgenomen, toen mijn zoon overleed. Maar ben ik ongelukkig? Meestal niet. Er zijn nu een aantal jaren overgegaan... Over het overlijden van Sam. Het knaagt nog elke dag en mijn leven zal nooit meer 'echt' zin hebben. Maar ik maak er het beste van. In elk geval ervaar ik een bepaalde vreugde met het verschijnen van mijn Wat Wij Moeten Weten. Het boek is goed gedrukt en ik vind dat het er mooi uitziet. Ik heb mijn eigen grens toch weer een beetje verlegd. Misschien ben ik wel een beetje gelukkig zonder dat ik het zelf besef..."
(http://www.stripspeciaalzaak.be 19 Maart 2011)