Toen Urbanus nog volwassen was

Urbanus en Linthout vieren 25 jaar strips
Eind vorig jaar werd Urbanus al gefźteerd als songschrijver, dit jaar viert hij het 25-jarige bestaan van zijn stripreeks. Al is 'Urbanus' in de eerste plaats het geesteskind van Willy Linthout. Hij vatte een kwarteeuw geleden het idee op om van de Tollembeekse komiek een stripfiguur te maken. 'Het Fritkotmysterie' werd zijn eerste avontuur.
We zijn begin jaren tachtig en Willy Linthout is niet meteen de striptekenaar van de grote oplagen. Hij heeft wat 'jeugdzonden' uitgegeven in eigen beheer en mag van Marc Sleen een Neroparodie tekenen. En hij vindt dat er nood is aan een echte Vlaamse strip.
"Nero was van Vlaams naar Nederlands geevolueerd. Ik wou dat ouderwetse van de oude Vlaamse strips terugzien. En ik was fan van Urbanus. Toen ik hem op het podium bezig zag, zag ik er meteen een strip in. Dus ging ik samen met Jef Meert (die de strips tot 1996 zou uitgeven, red.) aan hem gaan vragen of ik hem als stripfiguur mocht gebruiken. Mijn motieven waren niet commercieel. Ik had er eigenlijk geen idee van hoe succesvol Urbanus was. Ik had een paar pagina's bij me van Het Fritkotmysterie en Urbanus stemde toe."
"Ik vond Het Fritkotmysterie gewoon een leuke titel en begon daar zonder veel nadenken iets bij te verzinnen. 'Nu zit er nog altijd geen mysterie in!', zei Urbanus toen ik 27 pagina's ver was. En hij had gelijk. Ik weet eigenlijk niet meer hoe het verhaal precies ging. De meeste vaste personages zaten er al wel in; alleen de hond Nabuko Donosor kwam er pas in het tweede album bij. Urbanus' ouders, Cesar en Eufrazie, waren geļnspireerd op mijn ouders. Ook zij hadden bijvoorbeeld een nonkel van wie ze heel veel hoopten te erven, maar die hen teleurstelde toen hij dood ging. De verhalen zijn altijd op mijn leven geënt geweest. Maar de taal en de humor kwamen van Urbanus."
Lezers spraken hem wel eens aan op het verfoeilijke gedrag van zijn vader, vertelt Urbanus, of ze kwamen naar zijn dorp Tollembeek om de locaties van de strip in het echt te zien. "Ach, of je nu een liedje schrijft of een strip tekent, je zal altijd mensen hebben die denken dat het allemaal autobiografisch is."
De komiek kreeg wel al snel een grotere inbreng in de stripreeks. "Het tweede album, De Hittentitten, vond ik qua scenario toch maar zwak. Die boekjes verschenen tenslotte met mijn naam erop, dus wou ik er meer controle over hebben. Ik heb Willy toen gevraagd of we er voortaan samen aan konden werken en sindsdien zijn we elkaars klankbord: we werken samen ideeën uit, die Willy dan tekent. Toen ik nog veel optredens had, was dat zwaar. Willy ging soms mee naar Nederland zodat we in de auto en op hotel strips konden verzinnen. Dan meost ik het tenminste niet op mijn weinige vrije dagen doen."
Aanvankelijk was de stripheld gebaseerd op de komiek: een volwassen man met lang haar. Intussen is hij geëvolueerd naar een springerig klein ventje. Maar stout is hij natuurlijk altijd geweest. Urbanus: "We vonden dat Jommeke en Suske en Wiske te braaf waren, zo collaboreerden met de volwassenen. Wij wilden een stripheld die aan de kant van de kinderen stond. Toen we hoorden dat er een jongen van school gestuurd was omdat er een Urbanus in zijn boekentas zat, wisten we dat we goed zaten. Kinderen lazen de strips stiekem op het toilet. En dan schreven ze al die onzin soms op hun examen."
"Al bij al zijn we op wienig protest gestoten", vindt Linthout. "Het publiek reageerde meteen enthousiast, de recensenten vonden het lelijk getekend. Mensen vragen me vaak of ik geen felle reacties krijg op zo'n strip. Maar in al die jaren is dat misschien maar tien keer voorgevallen."
Urbanus: "We zijn nu een gevestigde waarde, al halen we niet de oplages van Kiekeboe of Suske en Wiske. We verkopen ongeveer 35.000 tot 40.000 exemplaren per nummer. En bij elk nieuw nummer zijn er kinderen die de oude nummers beginnen te lezen. Zo'n reeks is als een sneeuwbal."
(De Standaard 9 Mei 2008)